Lang geleden dat ik hier was. Reden: ik slaap. Een paar uur per dag ben ik wakker, vooral als er bezoek is of als ik even ontvoerd wordt uit mijn natuurlijke habitat (lees: sofa). Al de rest is moeilijk, zelfs het boekje dat ik ben beginnen lezen bij mijn vorig bericht hier is nog niet uit. In gezelschap valt het mee, maar laatst liet ik iemand buiten, ging in de zetel zitten en viel ik na tien seconden opzij om een uur later wakker te worden.
Als ik dan wakker ben kijk ik nog steeds TV. Ik zag “Boris”, het relaas van Jeroom Snelders die samen met Bokkie De Repper en Jonas Geirnaert naar Canada reist om daar de as van zijn overleden broer uit te strooien. Ik vond dat mooi en ontroerend. Boris was 23 toen hij stierf aan een zeldzame kanker. Ik dacht toen ook aan mijn eigen vaderlijke familie: de broer van mijn vader en nonkels (ze waren met vier) stierf in 1973 op zijn 26e aan MS. Jaren later, en volgens mij tot op heden, was gemis een rode draad, een altijd aanwezig soort van somberheid die de familie tekende. Het verlies van wie na u komt, van je nakomeling, de omkering van de natuurlijke gang van de dingen maakt de essentie kapot van een gezin, en dat kan decennia duren of nooit ophouden. Ik zit hier een hoop dingen te fulmineren die iedereen weet natuurlijk.
Verder slaap ik niet als ik leuk bezoek krijg, zoals zaterdag een jeugdvriendin uit Londen die al een hele tijd vrij maakt voor mij als ze in België is, en zondag Geert (elders eerder genoemd) die – hoewel hij een tedere ziel is- mij heel erg kan doen lachen, indien nodig uren aan een stuk.
De enige plaats waar ik niet, of veel minder slaap, is mijn bed. Mijn zorgen, mijn angsten, mijn gepieker, ze weten wanneer ze zich het hevigst moeten aandienen. Ik neem daar wat pilletjes voor, maar waarachtige angst trekt zich daar weinig van aan.
Ach. Het wordt een week vol zomer, ik ga misschien naar Oostende en mijn dochter maakt as we speak een Thaise salade.
En Joey heeft maar 38 keer over het toetsenbord gewandeld.
Plaats een reactie