Eergisteren en misschien de dag er voor ook had ik last van pijn in de leverstreek. Die is er soms, maar heel licht. Toen ik gisteren wilde opstaan werd er een mes in mijn ribben geploft, dat gevoel had ik. Ik probeerde een pijnstiller, massage, maar op den duur gilde ik het uit bij elke beweging. In elk geval, die pijn zat exact op de plaats waar ik vroeger vage klachten had en de dokter mij dan geruststelde door te zeggen dat dit niet met de kanker te maken had.
Eenmaal op de spoed onderging ik dan de procedure die iedereen wel eens heeft meegemaakt, als patiënt of als begeleider. Wachten he. Wachten waar niemand wat aan kan doen want het was druk, ook zoals gewoonlijk.
Wachten op pijnstilling, wat eerder een steeds terugkerend logistiek probleem is, maar na anderhalf uur kreeg ik dan toch een baxter met Tramadol (zwaar spul, maar niet zoals valium). Ik checkte het omdat ik ooit met mijn moeder naar de spoed ben geweest voor pijnklachten en ze haar ocharm een baxter met Dafalgan gaven, die dus niet hielp.
Uiteindelijk werd ik naar de radiologie gerold waar 2 dokters met kennis van zaken een echo uitvoerden en intussen mijn dossier bekeken. De 2 keken ook meteen al mijn andere organen na, erg grondig en wel geruststellend omdat ze daar niets vonden. Een van de 2 maakte een foto van een enorme zwarte vlek en ik panikeerde al doch dat bleek een integrale nier te zijn.
Daar werd vastgesteld dat er vermoedelijk een tumor was (ik heb er nogal wat) die tegen het leverkapsel aanleunde, een zeer gevoelig deel van het orgaan. Zij vonden dat niet zo alarmerend, maar ik herinner mij dat dit in het begin ook zo was, zodat voor mij de enige conclusie kon zijn (ik weet, ik ben géén medicus) dat die specifieke tumor gegroeid is en mijn kuur haar werk niet doet.
Ik vroeg er specifiek naar maar de 2 radiologen antwoordden dat je dat op een echo niet kon zien. Ofwel wilden ze het niet zeggen.
Intussen was de pijn wat gezakt door de intraveneuze pijnstilling.
Hoe dan ook, ik dacht er vanaf te zijn, maar toen kwam de boodschap dat men mijn behandelend arts nog zou inlichten die evenwel in een vergadering zat. De dokter-assistente van gastro-enterologie (dus niet mjn arts) kwam mij na een hele tijd bezoeken en ondanks het feit dat ik al die echo achter de rug had opnieuw te onderzoeken en bovendien vroeg ze wat ze alles nog eens opnieuw te vertellen. Maar alle begrip alweer, het gevoel dat ik verhoord werd voor een misdrijf wijt ik aan de nog steeds levendige beroepsmisvorming.
Een fractie van een seconde had ik spijt dat ik mijn behandelend arts gevolgd was naar het nieuwe ziekenhuis. Gewoon, op dat ogenblik had ik hem graag zelf gezien, maar dat gebeurde dus niet.
Toen begon het echte lange wachten met wat hinderlijke regelneverij omdat Silke en Simon beiden in de kamer waren en ons op nogal barse wijze werd duidelijk gemaakt dat er maar één bezoeker aanwezig mocht zijn. “‘t Is voor iedereen hetzelfde” was het doordachte antwoord van de verpleegster toen ik aandrong met als argument dat ik écht al heel lang wachtte en best wel wat afleiding kon gebruiken.
Regels zijn regels, niewaar.
Uiteindelijk kwam de assistente meldden dat ik niet moest blijven (ik wist niet dat die beslissing plots in handen van de arts lag, maar bon) en met een rits voorschriften kreeg ik fiat om te vertrekken. Wat ik ook wel wilde, maar ik hing vast aan een baxter die al twee uur leeg was. Nog wat wachten dus, maar goed, maar goed.
Wat denk ik nu?
Het is in mijn gezicht gewreven dat mijn situatie zoals die was voor gisteren eindig is. Dat het niet zo zal blijven, gewrichtspijnen en één keer per maand behandeling. Dat de pijn van gisteren een voorbode is van wat nog zal komen, dat het niet chronisch is maar ongeneeslijk. Al dat wist ik, maar nu voél ik het. De pijn is nog steeds aanwezig en pas volgende week na de MRI en PET-scan zal ik pas echt weten wat er nu echt gaande is en of de metastase vergroot is.
Het was de eerste keer dat mijn ziekte tot een opname heeft geleid en dat had ik vooraf wel zo verwacht,: dat er een dag zou komen met meer pijn, dat dit zou zijn op een ogenblik dat ik dat niet had verwacht, en dat hierna ook nog vele dagen zullen met klachten die altijd erger worden. Dat is de shit en de essentie van ongeneeslijke kanker. Het wordt niet beter.
Ook onmiddellijk dacht ik dat ik met dit soort pijn mijn voornemens om nog fijne dagen te realiseren mag vergeten., laat staan die reis waar ik elke dag aan denk, naar ergens met een zee. Misschien komt dat terug, als alles bezonken is. Want dat is toch het enige. Denken aan de mooie dingen, aan fijne mensen, aan goeie herinneringen. Ter illustratie gooi ik hier een foto bij van onze bij wijlen krankzinnig (het aantal krab- en bijtslachtoffers staat toch op ongeveer dertig) en soms o zo lieflijk huisdier, Joey, de lieftallige velocatoraptor, hier in zijn hoedanigheid van King of his Kingdom.

Geef een reactie op Katrien Cattoor Reactie annuleren